Bekertjes Mos

De bekermossen behoren tot het geslacht Cladonia, een groep korstmossen die vooral bekend is van heiden en open zandgebieden. De blauwgrijze kleur is kenmerkend voor veel korstmossen. De verklaring is dat het plantenlichaam grotendeels uit witte schimmeldraden bestaat, alleen vlak onder de opperhuid ligt een dun laagje groene algen. Schimmel en alg werken nauw samen: de schimmel zorgt voor stevigheid en bescherming tegen uitdroging, de alg zorgt voor de aanmaak van voedingsstoffen voor de schimmel. Samen staan ze sterk, een fraai staaltje van symbiose, kenmerkend voor alle korstmossen.

Heide libel

Deze foto van een heide libel is gemaakt met op de achtergrond de bloem van een waterlelie, wat een mooi tegenlicht effect geeft.

Boomkruiper

Boomkruipers zijn bruingevlekt van boven en wittig van onderen. Met hun spitse, omlaaggebogen snavel worden insecten uit spleten in boombast gepeuterd. Boomkruipers klimmen spiraalsgewijs langs een boomstam omhoog, daarbij de bast afzoekend naar insecten. Een boomklever gaat ook naar beneden op de boomstam. Bij strenge koude kruipen boomkruipers bij elkaar; uit een bal van veren kunnen dan soms tien of meer staartjes steken.

Koperwiek

De Koperwiek is een zangvogel uit de familie lijsters, Hij lijkt ook het meest op een Zanglijster. Hij heeft roestbruine ondervleugels die goed in de vlucht te zien zijn. Vandaar zijn naam. De kop is opvallend getekend met een roomwitte wenkbrauwstreep en een witte mondstreep. Hij trekt met de noordenwind vooral s ’nachts en overdag in grote groepen.

Roodborstje

De roodborst of het roodborstje is een zangvogel uit de familie Muscicapidae. Hij waagt zich dicht bij huizen, vooral ’s winters. Verder is het een zeer talrijke broedvogel van grote tuinen, parken en bossen.

Molen “Albertdina”Noord-Sleen (Dr)

e Albertdina is een korenmolen in het dorp Noord-Sleen in de Nederlandse provincie Drenthe. De molen werd in 1906 gebouwd met gebruikmaking van de afgebroken korenmolen ‘Apollo’ uit het Groningse Usquert. Dit ter vervanging van een molen die op dezelfde plek in 1904 was gebouwd en die was afgebrand.

Heide libel

De bloedrode heidelibel is veruit de algemeenste ‘rode’ heidelibel met geheel zwarte poten. De zeer zeldzame Kempense heidelibel heeft ook zwarte poten, maar een anders gevormd achterlijf, met druppelvormige vlekjes. Vrouwtjes zwarte heidelibel kunnen op het eerste gezicht lijken op vrouwtjes of jonge mannetjes bloedrode heidelibel, maar zijn altijd herkenbaar aan de tekening op de zijkant van het borststuk: een brede zwarte band met drie gele vlekjes.

Zeehond

Zeehonden of robben vormen een familie van zeezoogdieren. Ze behoren tot de roofdieren. Zo’n 90% van de ruwweg 11.000 zeehonden van Nederland is in de Waddenzee te vinden; verder zijn er populaties in onder andere de Ooster- en Westerschelde. In België worden ze, door het strakke verloop van de kust, zelden gezien.

Torenvalk

De torenvalk is goed te herkennen aan de manier van jagen, stilhangend of biddend in de lucht. Met dit bidden wordt de vleugels snel heen en weer bewogen. Kleine valk met een opvallend lange staart. Het mannetje heeft een grijze kop en staart, de staart heeft aan het eind een zwarte band.

Zwartsprietdikkopje

t zwartsprietdikkopje is één van de kleinste rode dikkopjes en in vrijwel geheel Nederland een gewone soort. Hij lijkt als twee druppels water op de geelsprietdikkop, die iets groter is. Het verschil is het gemakkelijkst te zien aan de uiteinden van de antennes. Je moet dan echt naar de punt van het knopje kijken. Dat is zwart bij de zwartspriet en oranje-geel bij de geelspriet. Bij mannetjes is er ook nog een verschil te zien aan de geurschubben.